De Doelenzaal: Nieuwe tweede Aula op oude plek
[Jacobus Buys, Feestmaaltijd in de Garnalendoelen ter gelegenheid van de alliantie met Frankrijk op 27 januari 1786] In februari j.l. is geruisloos de Doelenzaal op de begane grond in het pand Singel 421, één van de vier panden van het UB-complex aan de Singel, in gebruik genomen. Naast de aula van de Lutherse Kerk is deze zaal ingericht als tweede aula voor lezingen, college's met een plechtig karakter, vergaderingen, promoties en ontvangsten. In de zaal is de oude zestiende eeuwse uitstraling versterkt. Dat is terecht, want de muren van de zaal stammen uit 1509. In dat jaar werd het gebouw in gebruik genomen als de Handboogdoelen, naar de schutspatroon ook wel St. Sebastiaansdoelen genaamd, met een schietbaan richting de Kalverstraat. In de negentiende eeuw kwam het Atheneum Illustre er terecht. In hetzelfde gebouw werd het Atheneum tenslotte in 1877 Universiteit van Amsterdam, zodat we voor deze academische zaal kunnen spreken van "back to the roots". Vergaderingen en feesten Het is interessant om iets meer van de rijke geschiedenis van dit gebouw te vertellen. Het is aan het begin van de zestiende eeuw gebouwd om de schutters van het St. Sebastiaansgilde onderdak te bieden. De burgerij van Amsterdam werd in de veertiende eeuw verplicht om wapens (hand- en voetboog) in huis te hebben, ter verdediging van de stadsmuren. De stad zorgde ervoor dat de burgers zich in gilden organiseerden om te oefenen met pijl en boog. In de zeventiende eeuw werd dit gebouw van de Handboogdoelen ook een logement voor officile gasten van de stadsregering. De aanwezigheid van een ruime zaal, een keuken en grote provisiekelders maakte het pand tevens zeer geschikt voor vergaderingen en feesten. In 1672 werd het karakter aangepast en werd het gebouw door de stad Amsterdam verpacht aan de kastelein, die samen met zijn vrouw 'het Doelwijf' de exploitatie overnam. Deze eerste kastelein had overigens dezelfde achternaam als de schilder van vele schuttersstukken, die de wanden van dit en de andere twee doelengebouwen sierden: Van der Helst. Aan het eind van de zeventiende eeuw werd het gebouw uitgebreid met een verbinding naar het huis opzij, dat onderdeel van het complex uitmaakte achter de Singelpanden en dat doorliep (en -loopt) tot aan de Lutherse kerk en een extra verdieping met vijf kamers. Boven het poortje, dat vanaf het Singel toegang gaf tot de tuin, kwamen ook extra kamers. Romantiek In de loop van de achttiende eeuw werd het oude Handboogdoelengebouw onherkenbaar veranderd, om te kunnen voldoen aan de eisen die de toenemende drukte in het logement met zich meebracht. Zo werd een nieuwe gevel voor het oude gebouw opgesteld, waarop wel de vier wapens van de Doelheren - die omstreeks 1648 het poortje hadden gebouwd - op werden aangebracht: A.D. (de) Pater, Frans Banningh Cock, Jan van de Poll (voorvader van minstens twee bibliothecarissen) en D. Hasselaar. Het gold zelfs als één van de beste logementen van de stad. Ook voor de patriotten werd het een belangrijke ontmoetingsplaats. In 1786 werd ter gelegenheid van de alliantie met Frankrijk een grootse feestmaaltijd gehouden. Op de afbeelding van dit heuglijk gebeuren is de indrukwekkend versierde Doelenzaal te zien, die zich in oorspronkelijke staat op de eerste verdieping bevond. In de negentiende eeuw behield het logement als Hotel de Garnalen Doelen zijn goede naam. Met deze naam onderscheidde het hotel zich van het Kloveniers Doelenpand, dat als Brack's Doelenhotel ook tot grote faam zou komen. In 1832 werd in Hotel de Garnalen Doelen het tweehonderdjarig bestaan van het Atheneum Illustre met een luisterrijk diner gevierd. Nicolaas Beets schreef in 1835 op 21 jarige leeftijd in zijn dagboek: "Hemel welk een schoonheden zijn de dochters van de kastelein!" Het deftige en besloten gezelschap Het Casino hield in het hotel zijn bals, die als koppelplaats voor de bovenlaag van de Amsterdamse burgerij een romantische functie hadden. Universiteitsbibliotheek De laatste kastelein Kraetzer bleef tot het einde toe volhouden, ook nadat de Gemeenteraad in 1860 besloten had het gebouw ter beschikking te stellen aan het Atheneum Illustre. Pas op 1 oktober 1862 kon het Atheneum het gebouw met een plechtige zitting in gebruik nemen. Begin 1878 werd besloten het in middels tot Universiteit verheven Atheneum te verhuizen naar de Oudemanhuispoort en het gebouw te bestemmen tot huisvesting van de Stadsbibliotheek, per besluit van de Gemeenteraad van december 1878 tot Universiteitsbibliotheek verheven. De in februari 1878 nieuw benoemde universiteitsbibliothecaris H.C. Rogge gaf op een vraag van de burgemeester/president-curator zeven redenen op waarom het nooit wat zou worden met dit pand als bibliotheek. Als pleister op de wonde en als compromis zette wethouder Koning zich sterk in voor een modern magazijn aan de Handboogstraat. En zo kwam in de loop van 1880 de bibliotheek naar het Singel over van de Herengracht 40. Ook het gezin van de bibliothecaris en dat van de concierge vonden in het gebouw een huurwoning. Aan de Handboogstraat ontstond een groot magazijn, dat uiteindelijk in de jaren 70-80 van deze eeuw werd vervangen door gebouw E. Koninklijke verleden Al voor de Tweede Wereldoorlog keek de bibliotheek begerig naar het Bushuis, later Militiegebouw, met zijn fraaie gevel Singel 423. De begane grond van dat gebouw was al sinds Lodewijk Napoleon als koninlijke stal en koetsenstalling in gebruik. In de Tweede Wereldoorlog werd die ruimten - na via het verzet verkregen toestemming van Koninigin Wilhelmina - door de bibliotheek in gebruik genomen. Na de oorlog was er geen weg meer terug. De huidige foyer van de Doelenzaal en de tentoonstellingszaal van de UB zijn de nog herkenbare overblijfselen van dit koninklijk verleden. Thans zullen deze zalen weer op waardige wijze ingezet kunnen worden voor de Universiteit van Amsterdam. Meer informatie over de bewogen geschiedenis van de gebouwen waarin de Universiteitsbibliotheek is gevestigd, kunt u vinden in het boekje Schutters en Studenten, geschreven door Koen Kleijn en uitgegeven door de Stadsuitgeverij Amsterdam (ook te koop in de tentoonstellingszaal). N.P. van den Berg, UB |