ergo.jpg (5623 bytes)De anatomie van RSI


RSI staat voor Repetitive Strain Injury: schade door repeterende overbelasting. Het is een verzamelnaam voor een reeks aandoeningen aan nek, schouders, armen, polsen en handen. RSI ontwikkelt zich veelal over een periode van maanden of zelfs jaren. Uiteindelijk kunnen pijn en krachtverlies iemand het werken onmogelijk maken.


Beeldschermwerkers vormen een belangrijke risicogroep. Dat zou bevreemding kunnen wekken, want zo op het oog lijkt het werk van de beeldschermwerker minder belastend dan dat van een metselaar (om eens een andere risicogroep te noemen). Kan het intensief werken met muis en toetsenbord werkelijk slopend zijn voor het bovenlichaam?

Ja, dat kan. Dat wil zeggen: RSI heeft zeker te maken met ‘slijtage door intensief gebruik’. Het maken van steeds dezelfde bewegingen kan uiteindelijk blijvende schade veroorzaken in de gespannen pezen en spieren van onze onderarmen, polsen en handen. Maar er spelen meer factoren een rol.

Stelt u zichzelf in de volgende werksituatie voor:

Alles bij elkaar genomen is dit ‘vragen om moeilijkheden’. Al deze factoren kunnen bijdragen tot het ontstaan van RSI-klachten.

Zoals gezegd is RSI een containerbegrip, wat de discussie over het onderwerp bemoeilijkt. Soms wordt RSI gelijk gesteld aan één tamelijk bekende aandoening (meestal carpaal tunnel syndroom), soms wordt de term RSI gebruikt bij pijnsyndromen die op het eerste gezicht geen duidelijke oorzaak hebben. Bovendien verschilt de kans om RSI te krijgen per individu: waar de één na een korte periode al klachten heeft, zal een ander er nooit last van krijgen.

Aandoeningen

Voor een beter inzicht is het handig om een onderscheid te maken tussen aandoeningen aan:

Spieren en pezen
Spieren en pezen kunnen overbelast raken in situaties waarbij u steeds dezelfde bewegingen maakt of lange tijd achtereen uw hand in één rigide positie houdt. Ze kunnen geïrriteerd raken en een soort ontstekingsreactie vertonen. Tendinitis (‘peesontsteking’) en tenosynovitis (‘peesschede ontsteking’) zijn daarvan voorbeelden. De ‘tennisarm’ en de ‘nintendo-duim’ vallen in deze categorie.

Zenuwen
Door de armen lopen een aantal zenuwbanen, die beklemd kunnen raken door een verkeerde lichaamshouding of door het opzwellen van weefsel.
Het carpaal tunnel syndroom is het bekendste voorbeeld: de nervus medianus -die onder meer voor het gevoel in uw vingers zorgt, de pink uitgezonderd- moet een doorgang onder aan onze handpalm delen met de pezen waarmee we onze vingers buigen.
Zowel de pezen als de gewrichtsband die de bovenlaag van de carpaal tunnel vormt, kunnen opzwellen en zo de zenuw beknellen. De eerste symptomen kunnen zijn: een ‘dood’ of tintelend gevoel en pijn (ook ’s nachts) in pols en handen.

Zenuwen en bloedvaten
Beknelling van zenuwen en bloedvaten kan optreden in de brachiale plexus, één van de netwerken van ons zenuwstelsel, dat zich bevindt in het gebied tussen de zijkant van de nek en het sleutelbeen. De aandoening Thoracic Outlet Syndrome is daar een voorbeeld van. Tintelingen, pijn en een koud gevoel in armen en handen (vooral bij activiteiten waarbij de armen geheven moeten worden) kunnen tot de symptomen behoren

De vicieuze cirkel

Omdat het menselijk lichaam niet gebouwd is om lange tijd achter elkaar stil te zitten, raken de spieren gespannen. Dat verstoort het evenwicht tussen de aan- en afvoer van diverse stoffen via de bloedsomloop. Dit kan schade veroorzaken, waardoor er verschillende reacties optreden, zoals pijn, zwelling, roodheid en warmte. Het is vergelijkbaar met een ontstekingsreactie.
Een lichaamsdeel reageert op pijn door te verstijven. Zo’n spasme dient, heel nuttig, om de pijn te isoleren. Maar zo raken de spieren nog meer gespannen, kunnen ze dus nog minder zuurstof en voedingsstoffen krijgen en wordt de afvoer van afvalstoffen verder bemoeilijkt.


Joost Panhuysen, IC
met dank aan Mattijs Hellevoort, arts